Tag Archives: Esseveld

De tocht naar de suikerplantage Libanon

Op zaterdag 3 maart ’07 vertrekt om 9.00 uur in de morgen een boot vanaf de plantage Visserszorg aan de Commewijnerivier. De bestemming is de plantage Libanon aan de Boven-Cottica. Aan boord zijn Anton Hagermijer en Philip Dikland, Roel Bosch Reitz en zijn vrouw Helen Bosch Reitz-Esseveld, de bootsman en ik.

Roel en Helen Bosch- Reitz

Roel en Helen Bosch-Reitz

Roel en Helen zijn uit Nederland naar Suriname gekomen, om de plantage, het laatste bezit van de grootvader van Roel op te sporen. Het bijna negen uren durende tocht, zou ogenschijnlijk niets opleveren.Althans, dat werd halverwege de tocht gedacht. Toch zou Commewijne ons niet leeg huiswaarts doen keren.

Je wilt toch zien, wat van jou is.

Philip en ik zijn die morgen al vroeg op. In de bovenruimte van zijn plantagehuis op de plantage Visserszorg aan de linkeroever aan de Commewijnerivier, hebben wij al wat genuttigd. Daarvoor heeft zijn zorgzame vrouw gezorgd. Wij zouden straks opgehaald worden door Anton. Met zijn boot komen de gasten, die verblijven op zijn plantage Fredriksdorp, waar hij zijn toeristenverblijf heeft. Anton en Philip zijn de gidsen op de tocht naar Libanon. Zij hebben de nodige kaarten van het gebied. Zelfs satelliet foto’s en een apparaat om de ligging via de satelliet te bepalen, behoren tot het equipement.

Als de boot uiteindelijk de steiger van Philip, verlaat begint de tocht pas echt. Wij hebben dan kennis gemaakt met Roel en Helen. Roel is geboren op 13 november 1954 aan de Anton Dragtenweg, nu nummer 39. Zijn vrouw is geboren op 24 maart 1961 te Rijswijk Nederland. Beide zijn woonachtig in Den Haag. Hij is bouwkundig medewerker, is bouwkundig tekenaar en leidt projecten. Hij is nu in Suriname met zijn vrouw, om opzoek te gaan naar de suikerplantage van zijn grootvader van vaderskant, Philip John Bosch Reitz. Hij was getrouwd met Tjien Tjan Aman. Voor Roel is nu het moment in zijn leven gekomen om te weten, waar de plantage precies ligt en in welke staat die verkeerd. Voor hem is het een avontuur de Boven- Cottica binnen te varen en voet op de plantage te zetten. “ Je wilt toch een keer staan op en zien wat van jou is”, stelt hij.

En terwijl de 40 pk. buitenboord motor uit alle macht de niet al te grote , maar toch logge boot voortstuwt, vertelt Helen wat de tocht voor haar betekent: “ Voor mij is het een ontdekkingstocht. Zoals ik het vele groen langs de rivier zie, is het voor mij moeilijk een onderscheid te maken. Ik ervaar alleen maar bos, bos en bos. Het is leuk de tocht mee te maken. Een jongenstocht vol avontuur”.Bos, bos, en bos. Hoe zij dat innerlijk ervaart is moeilijk te peilen. Duidelijk is dat zij op verschillende momenten van de tocht op de rivier, zich in alle rust naast Roel neerlegt. Net als een Sita die met Ram ten koste van alles het bos inging. Haar man door dik en dun te volgen. Dat hij voet op de plantage kan zetten.

Fort Sommelsdijck

Hier lag Fort Sommelsdijck aan de samenvloeiing van de Commewijne- en de Cotticarivier.

Intussen lijkt de tocht niet te vlotten, vanwege de tegenstroom daar het bezig is eb te worden. Hoewel wij vele plantages zijn gepasseerd, ik noem Wederzorg, Mon Souci, Weltevreden, Hecht en Sterk, Welgelegen, valt me de discussie op, tussen Philip en Anton enerzijds en Roel anderzijds. Na ongeveer 1/3 deel van de afstand naar Libanon te hebben afgelegd, zou nu al blijken dat de hoeveelheid meegevoerde benzine niet voldoende zou zijn, om de tocht Visserszorg naar Libanon vis a versa te voltooien. Daarnaast zou het ruim zeven uren duren, om Libanon te bereiken. Volgens de gegevens van onze apparatuur aan boord, had de boot een gemiddelde snelheid van 18 km per uur. In een poging een hoeveelheid benzine bij te kopen, doen wij de plantage Alliance kort aan. De winkel van de chinees nabij de steiger is gesloten. “Dat is vaker zo”, zegt Anton lichtelijk geïrriteerd. Wij maken nog een grap ervan door te stellen, dat deze chinees zeker in Suriname is geboren. Overal in het land zijn de winkels van de nieuwkomers chinezen, altijd open.

Plantagewoning te Alliance

Wij vervolgen onze tocht. Philip en Anton houden Roel en Helen steeds de historie van het gebied voor. Bij de samenvloeiing van de Cottica- en Commewijnerivier, vertelt Anton over het fort Sommelsdijck, dat ooit hier heeft gestaan: “Het heette aanvankelijk Fort Cottica. Het was vijfhoekig en de vijf bastions droegen de namen van Nicolaas, Willem, Nassau, Marie en Oranje. De wallen waren opgeworpen van aarde en het geheel was omsloten door een gracht. Het fort werd in 1748 als versterking opgeheven. Was nog lange tijd een militaire post en hospitaal tot het in 1870 werd verlaten en spoedig verviel. Nu is er niets meer daarvan terug te vinden. Ook is niets van de aarde wallen die er moeten hebben gestaan. Met vrienden heb ik het terrein afgekampt. Wij hebben niets gevonden”.

Motkreek, Hulshof en Oud Belleveu.

Wij varen de Cottica op en komen o.a. langs de vroegere plantages Twijfelachtig, Rotterdam, Beekvliet, Courtvlucht. Al voorbij Alliance zijn alle oude plantages verlaten. Aan de hand van de kaarten en het navigatiesysteem kunnen wij nagaan, langs welke oude plantages wij varen. Bij de samenvloeiing van de Perica en de Cottica weten wij zeker dat wij Libanon niet kunnen aandoen, willen wij genoeg benzine voor de terugtocht overhouden. Toch nemen wij de beslissing de Cotticarivier op te varen. Nabij de plantage Goed Succes, op ongeveer 2 uren varen van Libanon, maken wij halt en aanvaarden onze terugtocht. Roel en Helen laten hun teleurstelling niet blijken. Ook wij niet. Op hun eigen manier verwerken wij die in stilte. Toch zou de natuur ons goed gezind zijn. Wij vinden bij de terugtocht, de bijna

De monding van de Motkreek aan de Boven-Cottica

niet meer zichtbare monding van de Motkreek. De kreek die in verbinding stond met de Atlantische Oceaan. Aan zee lagen de plantages De Dankbaarheid en Zeezicht. Zeker 32 plantages lagen aan deze kreek. Munnikkendam en Naccarackibo lagen waar de kreek de Cottica instroomt, vlak tegenover plantage Brunswijk. Zegt deze naam u wat? Wij zijn er trots op, dat wij de eens zo belangrijke kreek nog kunnen terug vinden. Maar het blijft niet bij deze fonds. Vlak bij de samenvloeiing van de Cottica en de Perica, aan de linkeroever van de Cottica, lag de plantage Hulshof. Hier heeft vlak langs de oever, een kerk van de Hervormde gemeente gestaan. Philip en ik besluiten aan land te gaan voor een onderzoek. Het was niet een gemakkelijke tocht door de modder en parwabos. Maar onze doorzetting wordt beloond. Wij vinden plavuizen, een neut van bakstenen en zelfs een oude fles. Die lag bij de neut, alsof die door iemand was geplaatst. Niet ver daar vandaan vinden wij ook een landmeterpaal. Voor de historie leggen wij alles vast. De anderen die ons in de boot opwachten zijn erg blij met onze fonds.

Bakstenen neut van de Hervormde kerk op de plantage Hulshof aan de Boven-Cottica

Het geluk is met ons. Wij zijn maar net vanaf de samenvloeiing van de Perica en Cottica, de Cotticarivier aan het afvaren als wij langs de oever van de plantage Oud Belleveu een enorme fundament waarnemen.

Sluiswand van de plantage Oud Belleveu aan de Cotticarivier

Wij gaan er naar toe en zien dat het een van de sluiswanden is van de sluis die hier heeft gestaan. De andere zijde van de sluis is inmiddels in de rivier gestort, gezien de resten die langs de oever te zien zijn . Phillip en ik gaan hier weer aan land. De afvoerkreek van de oude plantage is volkomen dichtgeslibd. Aan weerszijden van de kreek kammen wij de oever verder af, maar vinden niets. Toch zijn wij enorm blij en met ons vooral Anton, omdat de sluiswand toch wel een mooie vondst is. Wij erg trots zijn op het feit, dat de tocht naar Libanon, gemaakt ter wille van de familie Reitz, toch belangrijke vondsten heeft opgeleverd. Niets is toeval. Wij stoppen op onze terugreis bij de plantage Reijnsdorp, meer bekend als Bakki. Bakki ligt aan de Matapiccakreek. In de winkel van een hindostaan eten wij wat. Roel en Helen geven aan genoten te hebben van de tocht, het natuurschoon, Commewijne en Suriname. Zij komen terug om bij de volgende keer werkelijk voet op plantage Libanon te zetten.

Als de gasten richting Fredericksdorp huiswaarts varen en Philip en ik op de steiger van Visserszorg naar zijn plantagehuis lopen, zijn wij in onze eigen gedachten verzonken.Ik zie hem nog zo voor mij lopen met zijn zware aktetas in de hand, met laarzen en kleren onder de modder, als hij zich omkeert en zegt:” Libanon, wij doen je spoedig aan”.

Kenneth, Roy Donk, 10 maart 2007