Tag Archives: House

Huize Maybell King

Het is zaterdag 9 oktober 2004, drie uur in de namiddag als ik het erf van

Huis Annastraat no.20

de familie Lewis aan de Waterloostraat te Nw.Nickerie betreed. Op het erf zit hij, Wreford Thomas Magdoul Lewis, onder de sapotilleboom al op mij volgens afspraak te wachten, om te praten over het monumentale gebouw aan de Annastraat nummer 20, waarin moeder King heeft gewoond. Dat de nu tachtigjarige Lewis mij daarbij een groot deel van zijn levensverhaal zou vertellen, kon ik niet vermoeden. Een verhaal die diepe emoties zou doen losmaken, een hartverscheurend verhaal van arbeiden, liefde, ware genegenheid, van eenzaamheid, pijn , verdriet en tranen…

Cornelia Brown-Lewis

Hoewel de zon nog hoog staat en het in principe erg warm moet zijn, gaat er een aangename koelte uit van het erf. Wanneer ik de oude heer Lewis begroet, besef ik dat de koelte wordt gebracht door de vele vruchtbomen op het erf, die de indringende werking van de zonnewarmte sterk terug brengen tot een aangenaam niveau.De ongeveer zestigjarige sapotilleboom waaronder wij plaats nemen, is door hem op verzoek van zijn moeder op deze plaats geplant. “ Het plantje hebben we toen gekregen van de dochter van mevrouw Roberts, Lotje genaamd. Zij woonden op de hoek van de Doergasawstraat en de Wilhelminastraat, waar nu een restaurant staat.Het erf waarop we nu zijn, strekt zich naar achteren toe in westelijke richting tot de Annastraat. Daar stond vroeger het huis van mijn moeder, Cornelia Brown – Lewis. In dat huis ben ik geboren. Schuin tegenover ons huis stond toen al het grote huis dat werd bewoond door Maybell King, meer bekend als moeder King. Ik ben dus aan de Annatraat opgegroeid. Mijn vader was afkomstig van Guyana van de plaats Manchester, hij was vanwege de ballatawinning in Nickerie beland. Vele Guyanesen kwamen toen naar Nickerie om in de bossen de toen veel gevraagde boomrubber te winnen. Als kleine jongen had ik wel een lekker leven, maar moest toch wel mijn handen uit de mouw steken. Op een dag verliet mijn vader mijn moeder voor een andere vrouw. Toen hij na een periode terugkeerde weigerde mijn moeder hem, ze zei hem: “ Neen ik wil niet meer, eenmaal het zo is, laat het zo blijven”. Als alleenstaande ,hardwerkende vrouw heeft mijn moeder mij en mijn broer en zusters, vijf kinderen, opgebracht. Mijn moeder was bekend om het maken van drankjes tegen o.a. leverziekte. Mijn moeders huis was altijd vol met mensen die kwamen voor de drankjes. Ze werden zelf door de arts, zoals dokter Miranda naar haar verwezen. Ze maakte daarnaast koekjes en cacaostaafjes die ze aan de mensen verkocht. Maar elke dag stond ik al om half vier in de ochtend op, om water te halen uit de waterputten van Nw.Nickerie. Een stond waar nu het EBS-kantoor staat aan de West-Kanaalstraat en een stond op de hoek Gouverneurstraat en de Emmastraat waar we nu verkeerslichten hebben. Voordat ik naar school ging moest ik ook nog koekjes en cacao leveren. Ook na school moest ik producten leveren, want mijn moeder maakte ook bojo van cassave. Zo onderhield mijn moeder het gezin”.

Arbeiden, ziekte en gemis

W.Th.M.Lewis

Terwijl meneer Lewis zijn verhaal vertelt spelen drie kleinkinderen op het erf. Met hun fietsen rijden ze het erf af en aan. Ook zij genieten van het boomrijke erf. Dit laat terug denken aan de grote erven van Paramaribo, waarop de jeugd van toen, ook onder grote schaduwbrengende vruchtbomen, met allerlei spelen alleen of in groepsverband bezig kon zijn. De kinderen gaan hun gang en Wreford Lewis vertelt over zijn eerste jaren als arbeider, beginnende bij de zaagmolen van Ho-A-Sjoe aan de G.G. Maynardstraat waar hij werkte onder John Hewitt die was getrouwd met een Matadin. Dan de jaren toen hij een vak wilde leren, wat hij deed bij de botenmaker Mac-Donald . Dan de jaren bij het ministerie van O.W.Door baas Spuis werd hij O.W. binnengehaald. Met de hollander baas Smith werd gewerkt aan de bouw van de zeedijk. Toen echter werd gestart met de aanleg van de polders via het Welvaartsfonds in 1949, veranderde zijn werkgebied. De oudere mannen als Adamson en Brown bleven. Jonge sterke mannen moesten de gebieden inpolderen, die geschikt maken voor de rijstteelt. De Nannizwamp en -kreek zouden genoeg irrigatiewater leveren, waardoor twee oogsten per jaar mogelijk zouden zijn. Hierdoor zou Nickerie de rijstschuur van ons land worden. Via de zogenaamde Kaolondam werd het gebied rond de Clarapolder ingepolderd, gevolgd door de Nannipolder. Via het van Wouwkanaal werden de graafmachines naar de gronden van de landbouwer Maipat gebracht, daar in het gebied van Prins Bernhardpolder, waar werd aangevangen met het inpolderen van de Henarpolder.Het is opmerkelijk dat Lewis nog al de namen van al de grote bazen van toen zo goed kan noemen. Namen als van der Veen, Ferrier, Thijm, Neerpoort, Sanders en Lunshof.Dan komt de korte periode te Beekhuizen in Paramaribo.Met enkele medearbeiders van Nickerie, zoals Sulvion Bang A Foe, Nol Emanuels, Birtan Best werd hij overgeplaatst voor de asfaltering van de Oost-West verbinding nabij de Tweede Rijweg.Lewis raakte toen ziek. Hij kwam toen in behandeling van de populaire dokter Mac-donald die bij een aanrijding kwam te overlijden, wat een schokgolf in Paramaribo teweeg bracht. Met geduld volg ik het levensverhaal van Lewis. Hij had jaren last van een maagzweer. Vele namen van artsen die hem gedurende vele jaren behandelden worden genoemd. Ensberg,Mungra, Rambocus. Vooral dokter Jairam zal hij niet vergeten, hij is het, die hem uiteindelijk verloste van de maagzweer. Dan de periode van pijn in zijn onderbuik. Weer vele artsen en uiteindelijk de neuroloog uit Cuba Reonda Sanchez, die een steen zo groot als een ei uit zij urineleider haalde. De ondersteuning van zijn lieve vrouw, Cornelia Lorette Lewis-Darius, al de jaren is hartverwarmend. Een vrouw met wie hij 54 jaar heeft geleefd.Hij vertelt:” Mijn vrouw en ik maakten nooit ruzie.Soms konden wij het oneens zijn met elkaar, maar nooit is er stemverheffing geweest. Zonder klagen heeft ze mij jaren lang, tijdens mijn zieke periode verzorgd. Toen mijn zoon als militair te Albina kwam te overlijden, was ze mijn troost. Mijn vrouw was zacht van aard een heel lieve vrouw”. Met tranen in zijn ogen vertelt de tachtig jarige Lewis het verhaal van zijn vrouw. Enkele maanden terug vroeg ze hem nog of hij een ander vrouw zou nemen als ze kwam te overlijden. “ Ik wist niet dat ze er na twee weken niet meer zou zijn. Ze leed aan hoge bloeddruk en suiker. Ze raakte in coma en na drie dagen was ze dood. Ik word straks jarig, mijn kinderen willen wat voor mij doen. Maar zonder mijn vrouw wil ik niets. Eigenlijk wil ik niet meer in dit leven blijven. Het leven betekent niets meer voor mij. Ik mis haar zeer… ik wil niet meer leven…”. Onder de sapotilleboom laten vier tranende ogen zich drogen terwijl bemoedigende woorden troost proberen te brengen.

L.H.Wix

Maar we mogen blij zijn dat Lewis er nog is. Over het huis van moeder King vertelt hij: “ Ik ben vlakbij opgegroeid maar ben het huis komen aantreffen.Wie het gebouwd heeft weet ik niet. Tegenover ons erf aan de Annastraat had je het erf van Codrinton en daarnaast van Hewitt mijn peet.Na school moest ik altijd bij haar gaan. De vruchtenbomen op haar erf beheerste ik sinds toen. Naast woonde moeder King. Ook de vruchtenbomen bij haar werden door mij beheerd. Grote roodborsjebomen en andere vruchtbomen. In het verlengde van de erven Codrington en Hewitt had je de erven van L.H.Wix, komende uit op de L.H.Wixstraat. Hij was een respectabele man. Maar overdag zag je hem nauwelijks. Hij was altijd boven in zijn huis, waar je hem vaak tussen de ramen naar beneden kijkende, kon waarnemen. Hij bezat een groot huis. Eigenlijk twee woningen, een voor, een achter die met een gesloten gang hoog boven de grond met elkaar waren verbonden. Zo kon hij van het ene huis naar het andere gaan zonder gezien te worden. En dan stonden nog de woningen van de arbeiders. Een zekere Frederik Mac-Donald was baas van de arbeiders. Wix beheerste de ballatawinning in Nickerie volledig. De achtererven waren begrensd met grote manja- en pommerakbomen waarin wij jongens elke middag klommen. We keken dan op zijn erf hoe de mannen en vrouwen werkten aan de ballata, die vanuit de bossen werd aangevoerd en gereed werd gemaakt voor de export. En soms konden we dan plotseling meneer Wix zien aankomen, wanneer hij langs de schutting van zijn achtererf, via een poort doorliep op het achtererf van zijn geliefde Maybell King.Hij was een lieve, vriendelijk en beschaafde korte blanke man. Hij wuifde dan altijd naar ons in de bomen. Met zijn eerste vrouw die ik niet ken had hij kinderen, o.a. de arts aan de G.G.Maynardstraat en de tandarst aan de Gouverneurstraat. Een andere zoon was belast met de Emmawinkel. Met Maybell King kreeg hij o.a. vrouw Lena, vrouw Melie die getrouwd is met Kaersenhout die het grote huis tot voor kort nog bewoonde. Toen hij vele jaren terug met Melie uit Curacao keerde is moeder King in een klein huis naast op de hoek gaan wonen, waar nu een restaurent staat.Meneer Wix was een gezagvolle man. Hij had een vriendenkring met wie hij ’s avonds optrok. Nogmaals, overdag zag je hem nauwelijks. Hij had een motorboot de Carolina die de grote lange roeiboten met arbeiders de rivier op, sleepte. Was dat gebeurt, dan kwam de Carolina terug.Mijn vader had zich opgewerkt tot een voorman van Wix. Hij haalde voor hem arbeiders uit Guyana. Het was feest wanneer de arbeiders tijdens de regentijden het bos introkken en wanneer ze terugkwamen. Wix had zij eigen steiger waar het altijd een drukte was, als het seizoen voor de ballatawinning was aangebroken. De steiger lag aan de rivier achter de kruising waar de L.H.Wixstraat uitkomt op de G.G.Maynardstraat. Je zag daar allerlei mensen, ook de indianen uit het bos. Er was een lange loods en je kon de arbeiders in hangmatten zien liggen. De mooie jaren dertig van de vorige eeuw. Er was geld te verdienen. Het leven was goed, men wist met elkaar te leven. Naast Wix deed ook een zekere Redman aan ballata-export,maar hij was minder invloedrijk. Tijdens kerstijd had je optredens van cultuurgroepen, de maskerade, die langs de wegen optraden. Wanneer die het huis van Wix bereikte, gingen zij het erf op en bleven dan uren daar feesten en dansen. Maar hem zag je zelf niet feesten. Wel gooide hij telkens vanuit het raam van zijn huis, pakketten naar beneden.

Het huis van Maybell King

Deur in de woonkamer

Over het huis van moeder King kan Lewis niet veel vertellen. Meneer Kaersenhoutwordt verpleegd in Paramaribo en het huis wordt voorlopig bewoond door de familie Tjokrowidjojo. De dochters van moeder King, zijn inmiddels overleden. Als een van de grootste en hoogste huizen toen in Nickerie, kon je heel Nw.Nickerie, die was toen veel kleiner, overzien. Naar het oosten toe kon de suikerplantage Waterloo overzien worden, waar de rietvelden al bij de Waterloostraat begonnen, waar nu het woonhuis van Lewis staat. Zowel Wix als moeder King hebben zeker vaker, van een mooie panorama kunnen genieten, wanner zij vanuit hun ramen Nickerie bezagen. Met de hulp van architect Phillip Dikland wordt u het huis van Maybell King gepresenteerd: Het bestaat uit de begane grond, bestaande uit een voorkamer, een slaapkamer, de achtergalerij met daar achter de keuken bad en toilet. Een paneeldeur in de voorkamer heeft een ellipsvormige boeg en is verder versierd met kapitelen en een ornament dat doet denken aan een sluitsteen.De andere is versierd met een ornamentplaat .Op de eerste etage hebben we min of meer de zelfde indeling als de begane grond. Ook hier de vormgeving boven de deuren ( architrafen), ornamentplaten, die aan de Griekse bouwkunst doen denken. Er zijn daarnaast dubbele ventilatiestroken boven de deuren en de rest van de wand aangebracht. De trappen ( een-kwart) die leiden naar de eerste en tweede etage (daketage) hebben een fraaie leuning met gietijzeren ballustertjes. De veranda aan de straatzijde is gesloten en is voorzien van ramen. De beplanking onder de zinkplaten houdt de warmte tegen.De daketage heeft vier kleine kamers. Duidelijk is net als bij de veranda de beplanking bij de dakkamers te zien.Bekijken we het huis van buiten, dan vallen de Demerarawindows op. Daarnaast zijn er ook de normale houten schoepraampjes. Zowel de grote glasruiten bij de vensterlagen als de gietijzerenballustertjes bij de trappen, verraden de eind 19e eeuwse bouwkunst.De binnentrap Waren de glasruiten kleiner, dan zou dat een oudere datering opleveren. Sierstrookjes aan de wand op de eerste etage, dit voor de ventilatie, verwijzen ook naar eind 19e eeuw. De schoepraampjes zijn in combinatie met bovenlichten ( kleine glasraampjes) aangebracht.De balken die de gesloten veranda buiten ondersteunen hebben sierconsolen.Het huis waarin in moeder King heeft gewoond en het huis waarin L.H.Wix, zijn geliefde kon beminnen, is een sieraad voor Nickerie. Zullen wie het niet behouden? Ook het stukje historie wat het in zich draagt moeten wij koesteren. Met dank aan Wreford Lewis en Phillip Dikland.

K.R.Donk, 21 oktober ’04