Tag Archives: Shankar

De slag op de plantage Waterloo Dl.2

In deel 1 van het artikel “ De slag op de plantage Waterloo”, heeft u kennis gemaakt met Ponimen en zijn “ gouden kistje”. Amir sankar was de eigenaar van de plantage, dus verantwoordelijk voor de leef- en werkomstandigheden. Maar was hij een slecht mens? Was hij eveneens het slachtoffer, door niet mee te kunnen gaan met de veranderingen van die tijd? Zoals elke plantage, kende ook Waterloo vreemde verschijnselen. Maar de belangrijkste vraag blijft: Hoe verliep de strijd op Waterloo?

De moskee te Waterloo anno 1968

De moskee te Waterloo anno 1968

Met Paigam brak de hel los

Jusufali Santoe, zijn vrouw Mariam en Ali Sewrutton

Jusufali Santoe, zijn vrouw Mariam en Ali Sewrutton

Om een beeld te krijgen van de toenmalige eigenaar van de plantage Waterloo, Amir Sankar, die zelf op Waterloo woonde, bezoek ik Jusuf Ali Santoe. Hij woont te Binnenweg Paradise. Hij is geboren op 5 april 1930 en is getrouwd met Mariam Santoe-Amir. Hij heeft jaren op de plantage gewerkt, is daar geboren en kan zich alles nog heel goed herinneren.

“ Het leven op de plantage had een gemoedelijke sfeer. In feite waren de mensen met heel weinig tevreden. Er werd niet veel verdiend, maar met heel weinig geld kon men aan de basisartikelen komen. De meeste mensen werkten voor ongeveer 20 centen per uur en verdienden tussen de twaalf en twintig gulden per week. Daarmee kocht men spijsolie, aardappelen, zout, blom e.d. Vis kon je op de plantage en in de omgeving vinden, terwijl een moestuintje voor groente zorgde. Op bepaalde feestdagen of op de zondag, werden er voetbalwedstrijden en cricketwedstrijden georganiseerd op de plantage. Die trokken veel publiek. De mensen uit

Feest op Waterloo nabij het voetbalveld.

Feest op Waterloo nabij het voetbalveld.

Nieuw Nickerie en de omliggende polders kwamen dan meegenieten. Op de javaanse feesten, werd gamalangmuziek gespeeld. Voor een geringe bijdrage kon je dan dansen met de danseres. Dat deden de heren graag, vooral als hun vrouw er niet bij was.Tegen eind van het jaar, organiseerde Amir sankar de zogenaamde beggarday, de dag van de armen( bedelaren). Twee stieren, schapen en geiten werden geslacht. Aan huis bij de Big House werd dan gekookt. De arbeiders die op de plantage woonden konden dan naar hartelust eten. Er was dan genoeg rijst, dhaal, pompoen, boulanger en vlees. De mannen kregen elk een kan rum en de vrouwen namen wat suiker mee naar huis.Dat waren de goede momenten. Sommigen zeggen daarom, dat Sankar niet slecht was. Maar zijn vrouw, had een scherpe tong. Ze werd daarom gevreesd, evenals haar broer mister Chan. Je moest bij haar niet in ongenade vallen. Er wordt gezegd, dat vooral om hen, Sankar de kleine verhoging niet gaf. De plantage ging verloren.

Waterloo, begin jaren 1900

Waterloo, begin jaren 1900

Sankar was in de jaren rond 1930 een kleine handelaar die goederen, o.a. blom, uien, juttenzakken, uit Guyana in Nickerie verkocht. Hij had een winkeltje vlak naast het Julianatheater aan de Gouverneurstraat. Een zekere Samlal, die woonde op de voormalige plantage Paradise te Nickerie, een van de rijkste hindostanen van Nickerie toen, heeft hem geholpen de plantage in 1934 te kopen. Maar na dertig jaren de plantage in zijn bezit te hebben gehad, wilden de arbeiders, vooral de jongeren, een loon die bij de tijd paste. Vooral na de hindostaanse film Paigam te hebben gezien, brak de hel los. Onder leiding van Rannie Brown, de voorzitter van de Nickerie Werknemers Unie, werd er strijd geleverd tegen uitbuiting. Wij vroegen om lotsverbetering en erkenning van vakbondsrechten”.

Rannie Brown, Nickeriaanse vakbondsleider van de Nickeriaanse Werknemers Unie

Rannie Brown, Nickeriaanse vakbondsleider van de Nickeriaanse Werknemers Unie

Ali Sewrutton die mij bracht naar Jusuf Ali Santoe wijst erop, dat Sankar zich had gedragen zoals dat gangbaar was in de koloniale tijd. Hij kocht niet alleen de fabriek en de velden, maar ook de mensen en hun kinderen. Wat de koloniale overheid had moeten doen, had hij op zich genomen. Hoe gebrekkig ook, hij zorgde voor de medische verzorging, behuizing, licht en water. Wat heeft de koloniale overheid gedaan met de plantage toen Sankar vertrok? Wat heeft de koloniale overheid met Mariënburg gedaan toen zij de plantage in handen kreeg? “Niets”, zegt Ali. Vooral op Waterloo werden de mensen aan hun lot overgelaten. De plantage werd tot de laatste steen onder het toeziende oog van de overheid en haar vertegenwoordiging in het district leeg geroofd. Er voltrok zich een historische misdaad. Niemand heeft toen ingegrepen.

Geen cent meer

Ik ga met Sewrutton een huis verder naar de broer van Jusuf, Roshan Santoe, geboren op 9 augustus 1942. Hij bevestigt het verhaal van Jusuf, maar geeft wat aanvullingen. “ Het was slavenwerk op de plantage. De lonen waren erg laag, lange werktijden werden gemaakt, overuren werden niet uitbetaald. Onze ouders waren tevreden met een bordje rijst, maar de jongeren wilden rechtvaardigheid, meer menselijkheid. Hoe zou een feodaal systeem zich nog in de jaren zeventig en tot heden kunnen handhaven? Mijn vader Karamat Santoe was smid op de plantage. Met blaasbalk en steenkool en ijzer kon hij wonderen verrichten. Had hij geleerd van de blanken uit Engeland, de toenmalige plantage eigenaren. Sankar hield van mijn vader. Hij kon zich niet voorstellen dat wij, de kinderen van Karamat, opkwamen voor een beter leven. Wij waren niet ondankbaar, maar wilden geen slaven zijn.De film Paigam maakte echt onze ogen open. Aslam Santoe, Matto Santoe, Hoesmad Santoe en Sjako Santoe begonnen met anderen strijd te leveren. In 1961 kregen Aslam, Matto en Hoesmad ontslag. Hoewel zij op de plantage zijn opgegroeid, moesten zij de plantage verlaten. Ook ik moest hetzelfde lot ondergaan. De strijd was hard. Mister Chan zei:” Al breekt de plantage, jullie krijgen geen cent meer”.

Roshan Santoe, ex-Waterlooarbeider

Roshan Santoe, ex-Waterlooarbeider

Mevrouw Sankar was geen makkie. ’ s Morgens vroeg kregen de leidinggevenden van de plantage ten huize van Sankar de werkopdrachten. Zij gaf ook de opdrachten en instructies. Ik heb zelf meegemaakt, dat zij gewoon een van de mannen een klap in het gezicht gaf, omdat zij ontevreden was. Zulke zaken hebben zich vele malen herhaald.Voor ons de jongeren, was de maat vol”.Met een bloedend hart hebben vele strijders de plantage gedwongen moeten verlaten. Ik denk dat de familie Sankar ook met veel pijn de plantage heeft moeten prijsgeven. Sankar was door de plantage miljonair geworden. Hij was al op leeftijd, hij kon niet meegaan met de tijd. Dat was doorslaggevend. De totale vernietiging van de suikerplantage werd ingeluid.

No balls at all

De plantage heeft vele vreemde verschijnselen verkend. Roshan Santoe vertelt:” Volgens mijn vader was het laat in de avond. Hij had met een andere arbeider tot 1 uur in de nacht in de fabriek gewerkt. Zij gingen naar huis en waren op de derde brug voordat je de weg kreeg die liep naar de begraafplaats. Zijn vriend hield hem op de brug vast en zei:” Kijk daar”. Het was een Jorkabérie, dat net langs trok. Een stoet mensen in het wit gekleed, trok achter een lijkenwagen voorbij.Dan is het verhaal bekend van de man, die zonder hoofd ronddoolt op de plantage. De geest van de man, die vermoord was nabij de eerste brug. Zijn belagers hadden hem onthoofd.Ponimen verltelde mij over een zekere Dadja, die de kracht bezat om elke vrouw van de plantage te kunnen bezitten, indien hij dat wilde. Ook dat er vooral vampieren, asemma’s, waren.In de barakken, die stonden in het gebied dat de Kasba werd genoemd, woonden arbeiders uit Haïti en Guyana. Zij hadden hun geheime krachten.

“ No bals attal”, zo stond hij bekend, van no balls at all. Had hij geen ballen? Hij speelde het spel met de duivel tegen 12 uur ’s avonds. Onder de bamboeboom in het veld achter de Big House, werd dan plaats genomen. Tegen middernacht vielen er “ bamboezaden” omlaag. Probeerde hij die te vangen, dan werden zijn handen door de klauwen van de duivel opengereten. Uit de schrammen vloeide bloed.Hij kon ook de doden uit hun graf doen opstaan. Ponimen vertelt:” Toen de grond begon te schudden, renden ik en mijn vrienden weg. Wij lieten hem alleen bij het graf. Hoe hij ons ook terug riep, wij keken niet meer om en renden weg zo hard wij konden”.Jusuf vertelt dat het graf van de eerste eigenaar van de plantage, James Balfour, elk jaar werd geopend, om te worden schoon gemaakt. Je zag dan het gebalsemde lijk in een soort koperen hangmat liggen. Sankar maakte een eind aan deze ceremonie. Philip Dikland en ik bezochten enkele jaren terug het graf.

Inmiddels werd het sinds 1953 onrustiger op de plantage. Stakingen braken uit. In 1961 en de jaren die daarop volgenden steeds regelmatiger. Vakbondsactiviteiten werden verboden. Met Rannie Brown, werd de strijd verhevigd. Hij mocht de plantage niet betreden, dus werd hij op een draagstoel, kilometers lopend, op de schouders van de arbeiders de plantage binnen gebracht. Zo sprak hij de arbeiders nabij de fabriek toe. Zijn voet raakte nimmer de grond. Nickerie heeft dappere leiders en strijder gekend.

Mr. E.Bruma( uiters rechts) viert feest met de arbeiders

Mr. E.Bruma( uiters rechts) viert feest met de arbeiders

Hoe de strijd verliep, zien wij in het derde en slotdeel van “ De slag op Waterloo”.

 

 

Kenneth Roy Donk

De slag op de plantage Waterloo Dl.3

U heeft het eerste en tweede deel van het artikel “ De slag op de

Zicht op Waterloo anno 1968

Zicht op Waterloo anno 1968

suikerplantage Waterloo” gelezen. Het verhaal van de oud Waterloo arbeider Sarjadie Sariman, meer bekend als Ponimen. Gebroeders Santoe die het verhaal van Ponimen ondersteunen. Als wij luisteren naar het verhaal rond de vakbondstrijd op Waterloo zien wij zaken als intimidatie, uitsluiting, politieke inmenging, minachting, brute geweld van de gewapende macht, minachting van de Bemiddelingsraad. Mijn taak is te putten uit het “ gouden kistje” van Ponimen en u geachte lezer uw eigen conclusie te laten trekken. Het kistje is echt goud waard. Ik wacht daarom niet langer u de laatste fase van de vakbondstrijd te Waterloo voor te houden.

Omkoperij tot ontzetting

“De Waterloo-arbeiders, gaven aan hun adviseur gisteren een boodschap mee. Daarin spreken zij de hoop uit, dat de vakbonden in Suriname, zich hun lot zullen aantrekken, opdat zij niet in hun wanhoop, er toe zullen moeten overgaan de plantage Waterloo van de aardbodem te doen verdwijnen. Mr. Eddy. J. Bruma, bracht gisteravond deze boodschap over aan de vertegenwoordigers van de vakbonden, die bijeen kwamen, om de FOLS-kwestie bespreken”. Aldus een citaat uit het Algemeendagblad Suriname van 11 maart 1969.( De onderwijzers staakten sinds 28 februari, het zou het kabinet Pengel de kop kosten). Was de totale vakbeweging van toen politiek niet gecorrumpeerd? Of hadden de vakbondsleiders nog niet van de “ vleespotten van Egypte” gegeten. Helaas kan de vakbeweging anno 2007 met moeite haar schande bedekken. Geld, politieke en macht, kwam grotendeels in de plaats van het lot der arbeiders. Er heerst grote verdeeldheid onder bonden en centrales.Het was in het geval van Waterloo anders. Vakbondsleiders vochten met hun leven als inzet.

Eddy Bruma(midden) met arbeiders op Waterloo

Eddy Bruma(midden) met arbeiders op Waterloo

 

Hoewel de strijd op Waterloo pas de laatste maanden in de publiciteit was gekomen, werd er sinds 1935 strijd gevoerd voor een menswaardig bestaan. Er zijn verschillende stakingen geweest. Een reeks van grote stakingen achtereen begon op maandag 5 augustus 1968, toen het fabriekspersoneel het werk neerlegde. De directie had niet gereageerd op een brief van de Nickeriaanse Werknemers Unie ( N.W.U.) onder leiding van Rannie.Brown. De voornaamste reden was dat de directie van Waterloo zich niet gehouden had aan de overeenkomst die was gesloten met de bond in het bijzijn van de Bemiddelingsraad voor geheel Suriname. De D.C. van Nickerie, Biharisingh, had tot tweemaal toe een bezoek bracht aan Waterloo en gesprekken gevoerd met Chan. Het was echter niet gelukt een onderhoud tussen beide partijen tot stand te brengen. De staking duurde een week en op 14 augustus tekenden de partijen bij de Bemiddelingsraad een akkoord. Afspraken die waren gemaakt op 7 december 1953 en 7 september 1961, zouden nu “echt” worden nagekomen. Het recht van vereniging, werd steeds erkend en verbetering beloofd. Maar de werkgever paste steeds het zelfde systeem toe. Als de spanning te groot werd, werd de Bemiddelingsraad voor geheel Suriname erbij gehaald. Een nieuw akkoord werd getekend. Daarna negeerde de eigenaar van Waterloo opnieuw alle rechten van de arbeiders. De commissies Mr.C.Rosheuvel( 1962) en A.Hermelijn(1969) ten spijt. De commissie Rosheuvel was ingesteld door de minister van Sociale Zaken E.M.L.Ensberg. Zij moesten een onderzoek doen naar de sociale omstandigheden op de plantage. Inderdaad bleken de omstandigheden bar slecht te zijn. Op 31 augustus brak er weer een staking uit, die duurde tot 6 september 1968. Sankar hanteerde volgens de bond de methode van omkoperij tot uitzetting. Voor de Guyanese arbeiders bepaalde hij of men in Suriname kon werken of niet. En daarnaast had je het systeem van uitknijpen van het bedrijf tot de laatste druppel. Waterloo was een stuk Guyana in Suriname. Voor Nickeriaanse arbeiders wilde de werkgever zelfs, dat zij de herrieschoppers, uit Nickerie moesten worden gezet. In 1962 moesten de arbeiders, onder bedreiging van ontslag en uitzetting een stuk ondertekenen, waarin zij zich voor drie jaren distantieerden van hun vakbond. Het hoogte punt in de dramatische ontwikkelingen kwam, toen een vijftal arbeiders werd ontslagen en werden aangezegd de bedrijfswoningen te ontruimen.

De suikerfabriek anno 1960, van achter naar voren bekeken

De suikerfabriek anno 1960, van achter naar voren bekeken

Ponimen vertelt mij het volgende:” Al in december 1968 had Sankar geprobeerd vijf van ons uit woningen van de plantage te ontzetten met een vonnis van de rechter. Het ging om mij, Ajaub Khan, Zafdar Ali, Jackey Permaul en Lokia.

Onze advocaat bracht o.a. in, dat het ontslag nimmer aan ons is medegedeeld, dat de plantage Waterloo een nederzetting is waar vele arbeiders zijn geboren en daar hun woonplaats hebben en de woningen niet als dienstwoning kunnen worden aangemerkt, dat de eisers misbruik maken van hun recht als eigenaar, zij tientallen jaren voortdurend in conflict zijn met de werknemers, dat de eisers een lock out systeem op de arbeiders hebben toegepast en hun geen werk geven als zij hun bond niet desavoueren, dat arbeiders vanaf 7 uur ’s morgens tot 6 uur ’s middags werken en dat sommige van hen zwemmend hun werkplaats moeten bereiken, dat sommige arbeiders de opdracht hadden om permanent de wacht bij de ketel in de fabriek te houden en dat zij vanaf maandag niet eerder dan de zondag daaropvolgend hun woning bereikten, dat de eisers zulke lage lonen uitbetalen, dat zij hun familie in staat kunnen stellen zich een luxueus leven aan te schaffen en enorme geldsbedragen naar Guyana kunnen overmaken.

De rechter vonniste in ons voordeel en verklaarde het ontslag nietig, in strijd met de goede trouw en onrechtmatig en in het oordeel niet van dienstwoningen kon worden gesproken. Maar Sankar zette door, tekende hoger beroep en in mei 1969 viel het vonnis in ons nadeel. De overheid zette ons toen aan, vóór dinsdagmorgen 27 mei 1969 om 8.00 uur, de woningen te ontruimen. Anders zou de overheid de woningen doen leeghalen en de inboedel op de weg zetten. De plantage directie heeft toegezegd een truck beschikbaar te stellen.Deze ontruiming werd opgeschort toen er op 3 juni 1969 een akkoord werd bereikt en de heer Reinier van Ommeren een H.T.S.-er, het bedrijf zou opstarten. Vol goede moed begonnen wij met de schoonmaak van de trenzen en de fabriek. De commissie Hermelijn zou een oogje in het zeil houden, dat afspraken zouden worden nagekomen. Binnen enkele maanden zou het bedrijf echter voor goed sluiten”.

De fabriek te Waterloo, voor een deel al geplunderd

De fabriek te Waterloo, voor een deel al geplunderd

Intussen was er een andere bond op Waterloo opgericht, de Waterloo Werknemers Bond. Rannie Brown, van de Nickerrie Werknemers Unie, had een akte van compromis ondertekend met Amin Sankar die medeëigenaar was van Waterloo. Dat akkoord werd verworpen, omdat Brown de akte volgens de arbeiders niet had moeten tekenen, zonder advies van Mr.E.Bruma. Of wilde Brown een eigen Nickeriaanse bond los van de Moederbond of C47 hebben? De Waterloo Werknemers Bond, is met de Mariёnburg Werknemers Bond toen een fusie aangegaan. Binnen enkele maanden zou het bedrijf echter voor goed sluiten.

Er heersten feodale verhoudingen

Moskee te Waterloo

Moskee te Waterloo

 

De Suikeronderneming Waterloo: plantage met fabriek en bijbehorende nederzetting( 1472 ha), werd in 1934 door de gebroeders Amir en Ahmad Sankar gekocht van de Waterloo Sugar Estate, voor ongeveer sf 40.000. In de magazijnen lag een voorraad suiker van 5000 balen van 100 kg. Suiker. Door die suiker op de lokale markt te verkopen, was een groot deel van de investering snel terug verdiend. In de toen meer dan 100 jaren oude fabriek, werd zo goed als niets geïnvesteerd, afgezien de aankoop van de machines van de plantage Alliance te Commewijne, die voor een deel hier werden ingezet. Er heersten strenge feodale verhoudingen, die uiteindelijk Waterloo ten onder deed gaan. Over de fabriek deden zich vele geruchten over ondeugdelijke controle en inspecties op gevaarlijke toestanden. Sankar stond juridisch sterk, hij had de beste advocaten ter beschikking. Maar tegen hem had zich opgehoopt, wrok vanwege de jarenlange uitbuiting, maar ook een nieuwe bewustzijn vanwege de kennismaking met betere werkomstandigheden van andere werknemers. De kinderen van Waterloo waren niet meer bereid onder dezelfde feodale verhoudingen te blijven leven en werken, die hun ouders wel moesten accepteren. Het einde voltrok zich snel. Maanden lag het bedrijf stil, totdat op 3 juni 1969 een overeenkomst werd sloten. Omstreeks 20 november 1969 doet de werkgever aan de arbeiders een nieuw voorstel tot o.a. nieuwe arbeidsvoorwaarden. Op 8 december 1969 komt de directie met de bekendmaking het bedrijf op 20 december 1969 te sluiten vanwege de slechte financiële positie.

Directeurswoning, the Big House, te Waterloo

Directeurswoning, the Big House, te Waterloo

Alle woningen moeten per 1 februari 1970 ontruimd zijn. Op 22 december komt er een schrijven van de directie. Arbeiders die dat willen, kunnen een nieuwe werkovereenkomst sluiten. Zij hebben daarvoor tot 30 december 1969 de tijd. Sankar vertrekt naar Guyana. Waterloo blijft voor altijd gesloten. Onder het toeziende oog van de overheid, wordt tot heden alles van de fabriek weggedragen, elke baksteen, elk stuk ijzer, zelfs de grond door middel van illegale klei afgravingen vanaf 2004. Bruma, de vakbeweging, vakbondsleiders, de communisten, zouden de naam dragen.

Donk.K.R. 20 maart 2007