B.J.Parabirsing, de eerste Nickeriaanse commissaris

Hij is een ervaren bestuurder geweest, met het gevoel voor rechtvaardigheid. Daarbij deed het er niet toe, wie de persoon was over wie en waarover hij moest oordelen. Bijgestaan door zijn echtgenotes, zijn eerste vrouw kwam te overlijden, kon hij met studie en ijver, een respectabele plaats in de samenleving verkrijgen. Wie was deze grote Surinamer eigenlijk? Wat heeft hij als Districts-Commissaris, voor Nickerie en Suriname betekend?

D.C. B.J.Parabirsing 1961

Dicipline, orde en tucht

Op 85-jarige leeftijd op 17 maart, 1999 komt in vol bewustzijn een eind aan zijn welbesteed leven. Tijdens zijn leven heeft hij verschillende functies bekleed,100 die hij alleen vanwege zijn studie, ijver en bijzondere persoonlijkheid, heeft weten te bemachtigen. Bahadoer Jozef Parabirsing, de eerste Nickeriaan van hindostaanse afkomst, die commissaris werd in Nickerie. Bharos.G. en Doekhie.R. zouden later volgen. Ik breng een bezoek aan zijn vrouw Salomé Rahmatbibi, die het boeiende levensverhaal van Jozef vertelt: “ Mijn man werd geboren op 5 juni 1913 in het district Nickerie als tweede kind van de evangelist Philip Parabirsing en Somaria Piare. Geboren aan de Landingstraat, waar eerst de Spangenbergschool stond en waar nu Huize Francis voor oudjes is gevestigd. Vanwege de komst van het gezin naar Paramaribo en overlijden van zijn moeder, kwam hij in het200 internaat Schutz van de E.B.G.S. terecht. Zijn vader werd wederom in Nickerie te werk gesteld. Zoals hij het aan mij vertelde:” In het internaat was er discipline, orde en tucht. Je moest hard aanpakken, maar je leerde ook verdraagzaamheid en kameraadschap”.

Mevr. J.Parabirsing-Mangroe begroet prinses Beatrix

Hij bezocht eerst de Comenius- daarna de Selectaschool tot 1928, waarna hij bij de firma Kersten op de herenafdeling kwam te werken. Tegelijkertijd volgde hij een avondopleiding tot boekhouder. Hij schreef zich daarna in op de Lands Normaalschool voor de opleiding tot onderwijzer. Hij kwam van 1931 tot 1938 te werken in het district Commewijne. Eerst als onderwijzer op Alkmaar, maar toen hij zijn boekhoudendiploma300 behaalde werd hij administratief medewerker en opzichter op de plantages Mon Tresor, Zorgvliet, Visserszorg en Liliëndaal. Door de economische crisis van die jaren in de wereld, ging het niet goed met de plantagelandbouw in Suriname. Hij trad toen in de politiedienst en werd ingedeeld bij de afdeling administratie. De tweede wereldoorlog brak uit. Het districts-commissariaat Paramaribo werd ingesteld en in 1943 werd hij overgeheveld naar de bestuursdienst in de rang van schrijver. Ook hier maakte hij vorderingen en hij werd in 1945 daarom tot districtsklerk 1e klas benoemd. Hij werd daarna naar Nickerie gedetacheerd. Mijn man heeft toen gediend op het Ontvangkantoor, eerst als comptabel ambtenaar van400 het Ministerie van Bouwwerken, Verkeer en Waterstaat. Later werd hij belast met de functie van Ontvanger der Belastingen, Directeur van het Postkantoor en van de Surinaamse Postspaarbank. In 1947 verruilde hij Nickerie voor een jaar voor Marowijne. In de jaren die volgden, werd hij districts-secretaris op Combè. Hij volgde tegelijkertijd de Surinaamse Rechtsschool. Zijn leergierigheid werd beloond. Hij werd in 1954 Districts-Commissaris van het district Suriname.

Parabirsing te Alkmaar, Commewijne 1930

 

Hierna vertrok hij met buitenlands verlof naar Nederland. Maar hij wist niet van stilzitten. In opdracht van de Surinaamse regering bestudeerde hij het gemeentewezen aan de Universiteit van Utrecht. Hij liep daarnaast stage in de gemeente Zeist. Bij zijn500 terugkeer in Suriname in 1956 werd hij “ tijdelijk” ontheven als D.C. en ging toen als secretaris en fungerend notaris werken in Nickerie. Werd daarna wederom Districts-Commissaris van Saramacca in 1958. In 1961 ging hij voor de derde maal naar Nickerie.

Mevr. S.Parabirsing in 1968

Dit maal als commissaris van het district. Hij blijft in Nickerie tot het jaar 1968, omdat hij wordt benoemd tot Directeur van de Gevolmachtigde Minister van Suriname in Nederland, gevestigd te Amsterdam. Hij wordt bij zijn terugkomst in Suriname in 1970 benoemd tot directeur van het ministerie van Districtsbestuur en Decentralisatie. Hij verlaat de dienst in 1973 wegens het bereiken van de pensioengerechtigde600 leeftijd. Vermeldenswaard is ook, dat hij in 1965 vanwege zijn waardering voor zijn werk, wordt onderscheiden tot Officier in de huisorde van Oranje” door H.M. Koningin Juliana, die toen Suriname bezocht en tevens het distrikt Nickerie. Als Salomé vertelt over haar man, wordt ik geconfronteerd met het leven van een veelzijdig mens. Ook op sociaal, maatschappelijk en politiek gebied is hij actief geweest. Zelfs na zijn pensioen bleef hij werken. Hij was van 1973 t/m 1981 direkteur van het C.C.S. Voor de E.B.G.S. van 1981 t/m 1991, als Algemeen Secretaris. Bahadoer , behoorde in 1947 tot medeoprichter van de afdeling Nickerie van de Nationale Partij Suriname ( NPS).700 Hij was voorzitter van de uitbreiding Wageningen met middenstandslandbouw. Was medeoprichter van het zwembad Bikini, het Jeugdcentrum en de sociaal culturele stichting Upkar. Hij was ook lid van de commissie voor toekenning van een financiële bijdrage aan de religieuze leiders van de Hindoes- en Moslimgemeenten in Suriname. Hij was voorzitter van het bestuur van de Hindostaanse zending en tevens lid van het Zendingsbestuur en het Provinciaal Bestuur van de E.B.G.S. Geachte lezer, met deze opsomming is lang niet alles gezegd, maar ik houd het hierbij.

Een leerrijke periode

Het kan vaak niet anders. Succesvolle mannen worden bijgestaan door bijzondere vrouwen. Wat Salomé bijzonder maakt, is haar volstrekte800 vertrouwen in God. Haar daden, haar woorden, haar denken, alles wijst erop dat zij is: “Een wedergeboren christen”. Als lid van een volle evangelie gemeente put ze kracht uit het woord van de Heer, in alles wat ze doet. Bescheiden als ze is, vertelt ze kort haar eigen verhaal:” Velen denken dat ik een Nickeriaanse ben, maar ik ben een stadse. In 1953 trad ik in dienst van het Ministerie van Onderwijs en ik werd in 1954 naar Nickerie gedetacheerd.

Van Nickerie wist ik niet veel af, wel had ik op school een klasgenoot afkomstig uit Nickerie en wel van de Corantijnpolder. De school waar ik kwam te werken was900 in dezelfde polder en wel de eerste O.S. Corantijnpolder, wat nu de Dr. Rambaran Mishre school is. Het schoolhoofd was een oud bekende, meneer Soekhai. Toentertijd was er geen Rayon- Inspecteur in het distrikt, dus gingen alle zaken het onderwijs betreffende, via het commissariaat. D.C. van Petten was er met Secretaris Matroos. In deze eerste periode van mijn werk, heb ik de volgende commissarissen meegemaakt: Van petten, Lum Chou en Hewitt. Deze laatste werd in 1956 opgevolgd door A. Quintus Bosz. In 1956 ging Secretaris Matroos met pensioen en werd B.J. Parabirsing, zijn opvolger. Dat was dus mijn man. Zijn tweede dienstverband in Nickerie t/m 1958. Hij werd toen weer hersteld in zijn functie als D.C. en ging naar Saramacca, met1000 als standplaats Groningen. Hij vertelde mij dat intussen Quintus Bosz eind jaren 50, in Nickerie werd opgevolgd door Robles, die vanuit Nw. Amsterdam, Commewijne, naar Nickerie werd overgeplaatst. Op een gegeven moment was er geen commissaris in Nickerie. Mijn man werd ook belast met het beheer van het district, totdat hij in 1961 definitief tot Districts-Commissaris van Nickerie werd benoemd. Ik was intussen in 1956, terug gegaan naar Paramaribo. In 1964 ging ik weer naar het rijstdistrict met mijn 2 kinderen. Dit na veel ups en downs in mijn persoonlijk leven. In de periode dat ik in de stad terug was, had ik kennis gemaakt met zusters1100 mijn man, de familie D.M. Lachman-Parabirsing en de familie M.M. Lachman-Parabirsing. Toen ik in 1964 weer naar Nickerie moest en hen ging groeten, zei mevrouw D.M. Lachman aan mij : “Je gaat naar het district Nickerie , mijn broer is daar D.C., als je soms juridisch advies nodig zou hebben, moet je mijn broer contakten. Inderdaad, mijn man was juridisch goed onderlegd. Hij was wel geen beëdigd jurist, maar kon elke discussie met welke jurist dan ook, aan.

Ik ging dus terug en kwam weer op de eerste O.S. Corantijnpolder. Mijn schoolhoofd was toen Salikram, die later werd opgevolgd door Ramadhin. Met het nieuwe schooljaar kwam1200 ik in Nw. Nickerie op de O.S. Nw. Nickerie. Mijn schoolhoofd was R.Ramkhelawan. In de periode 1956 – 1964, was er op onderwijs gebied heel wat vooruitgang. Er was nu wel een Rayon- Inspecteur van Onderwijs, de R. Blufpand. Na hem kwamen de heren Timmer en Letterboom.

Bij verschillende gelegenheden ontmoette ik de Districts-Commissaris. Hij was toen weduwnaar, want zijn echtgenote Johanna Parabirsing-Mangroe, stierf in 1962. Ik was toen ook alleenstaand en uiteindelijk trouwden wij op 26 november 1966. Het huwelijk werd in de Vredeskerk van de E.B.G.S. voltrokken, door dominee Hessen. In deze zelfde kerk was mijn man in 1913 gedoopt. De kerk staat aan de G.G. Maynardstraat, voorheen Voorstraat. Ik heb tijdens mijn huwelijk met Parabirsing veel geleerd, veel wijsheid opgedaan, heel veel mensen van allerlei rangen1200 en standen ontmoet. We hadden een belangrijk aspect van het leven gemeen. Wij geloofden beiden in dezelfde God van de hemel en de aarde en zijn zoon Jezus. Wij waren dus christenen. Zijn vader was evangelist geweest en ik werd christen in 1937, toen mijn moeder vanuit een moslim achtergrond, lid werd van de Nederlands Hervormde Kerk. Het was de leiding van God, die dit gebeuren had voorbeschikt en daar ben ik vandaag de dag heel erg dankbaar voor. Door de jaren heen werd het geloof gesterkt en dieper, want het is een groeiproces. Daarom kan ik vandaag de dag anderen van advies dienen, geleid door de Geest van God”.

Geachte lezers, met genoegen en vereerd,1300 heb ik naar het verhaal van Salomé geluisterd. Het verhaal van B.J. Parabirsing en zijn vrouw, althans een deel daarvan, heb ik u gepresenteerd. Tot de Nickerianen en zij die het bepalen, zeg ik het volgende:” Tot driemaal toe heeft de grote Surinamer zijn krachten aan Nickerie gegeven, eenmaal meer dan zijn vader. Hij liet zich bij zijn werk niet beperken door kantoortijden. Vele avonden bracht hij werkend door. Is het niet te betreuren dat wij in Nickerie, zijn naam niet voor het district hebben laten vereeuwigen? Het is echt tijd, dat wij naar Bahadoer Jozef Parabirsing toe corrigerend in dit opzicht optreden, hem alsnog eerbetoon bewijzen”.

K.R.Donk, 10 juni 2006

Leave a Reply